Naar de inhoud

Zoeken

Over IJsselkring

Vrijwilligers & mantelzorgers

Bijstand naast vrijwilligerswerk, hoe zit dat?...


Naam wet of regeling:
Wet Werk en Bijstand (WWB).

Voor wie:
Vrijwilligers met een uitkering.

Doel:
Met de wetgeving wil de overheid de uitstroom naar betaalde arbeid vergroten. De Wet Werk en Bijstand regelt de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en de verlening van bijstand.

Inhoud:
Per 1 januari 2004 is de nieuwe Wet Werk en Bijstand (WWB) in werking getreden. In de WWB zijn opgenomen: de Algemene Bijstandswet (ABW), de Wet Inschakeling Werkzoekende (WIW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit I/D-banen geďntegreerd. Met de inwerkingtreding van de WWB zijn deze regelingen ingetrokken.
In de WWB is iedere uitkeringsgerechtigde tussen de 18 en 65 jaar in principe arbeidsplichtig. Dit geldt ook voor groepen mensen die voorheen van sollicitatieplicht vrijgesteld waren in de ABW: mensen ouder dan 57,5 jaar of alleenstaande ouders met kinderen jonger dan 5 jaar. De gemeenten hebben de centrale verantwoordelijkheid voor het bevorderen van reďntegratie. Per gemeente kunnen verschillen optreden in de uitvoering van de regels en de ondersteuning bij de reďntegratie.
Het is in principe mogelijk om naast een uitkering vrijwilligerswerk te doen. Gemeenten bepalen zelf in hoeverre er sprake is van een meldingsplicht van vrijwilligerswerk. Meestal moet uitkeringsgerechtigde het melden omdat hij/zij in principe beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt. Vrijwilligerswerk kan zelfs door de gemeente gestimuleerd of opgelegd worden wanneer iemand nog geen betaalde arbeid (om welke reden dan ook ) kan doen en werkervaring in het kader van de reďntegratie van belang is. Gemeenten kunnen daartegenover een premie geven om iemand te stimuleren of te belonen voor getoonde inzet en als tegemoetkoming in de onkosten. Deze premie heeft geen gevolgen voor de uitkering. De hoogte van de premie is maximaal €1944,- en mag slechts voor twee achtereenvolgende jaren worden gegeven. Ook andere instanties mogen deze premie verstrekken, maar moeten dat voorleggen aan het college van Burgemeester en Wethouders. Deze bepalen of de premie bijdraagt aan arbeidsinschakeling van uitkeringsgerechtigden.

Algemeen geaccepteerde arbeid

De WWB gaat uit van algemeen geaccepteerde arbeid in plaats van passende arbeid. Met geaccepteerde arbeid wordt bedoeld: legaal werk dat door iedereen als 'normaal' wordt gezien. Uitkeringsgerechtigden moeten ook een baan accepteren die niet aansluit bij hun opleiding of werkervaring.

Onkostenvergoeding
Mensen met een bijstandsuitkering mogen voor het vrijwilligerswerk een onkostenvergoeding krijgen. Het kan een vergoeding zijn van de werkelijk gemaakte en aangetoonde kosten of een vast bedrag dat niet hoger is dan €95,- per maand en maximaal €764,- per jaar. Het kan per gemeente verschillen of over de onkostenvergoeding verantwoording moet worden afgelegd. Wanneer de gemeente beslist dat het vrijwilligerswerk toetreding tot de arbeidsmarkt bevordert mag een uitkeringsgerechtigde een vrijwilligersvergoeding ontvangen van €150,- per maand tot een maximum van €1500,- per jaar. Wanneer iemand naast de onkostenvergoeding van de organisatie ook een stimuleringspremie ontvangt (maximaal €1944,-) wordt de premie bij de inkomsten opgeteld en telt hij mee voor de hoogte van de uitkering. Met andere woorden: de stimuleringspremie behoort alleen dan niet tot het belastbaar inkomen als in het jaar waarin de premie is verstrekt geen onkostenvergoeding voor het vrijwilligerswerk is betaald. Voor vrijwilligers en organisaties is het daarom van belang op tijd te weten of de vrijwilliger in aanmerking komt voor een stimuleringspremie.

Uitvoering
De uitvoering van de WBB vindt in de regel plaats door lokale Centra voor Werk en Inkomen (CWI). Dit is in de wet opgelegd. Binnen het CWI werken de Sociale Dienst, het Arbeidsbureau en eventueel andere instellingen zoals het UWV samen.